Home Toshitsugu Takamatsu

Toshitsugu Takamatsu

 

Toshitsugu Takamatsu was geboren in het 23ste jaar van Meiji (10 Maart 1887) in Akashi, in de provincie van Hyogo als Hisatsugu maar veranderde later zijn naam naar Toshitsugu.

 

Takamatsu had last van lage bloeddruk en dronk daarom dagelijks een glas water met zout.

 

De Takamatsu familie kwam oorspronkelijk van Matsugashima in Ise.  Men gaat ervan uit dat op een bepaald moment in hun familiegeschiedenis de Takamatsu's Daimyo waren van dit gebied en eigenaar waren van het Hosokiubi kasteel.  Takamatsu kreeg een makimono scroll Amatsu Tatara genaamd.  Deze scroll verbond de Takamatsu familie met de Kuki familie.  (De Kuki familie zijn de erfgenamen van Kukishin Ryu).

 

Toshitsugu's grootvader was Toda Shinryuken Masamitsu.  Hij had een kliniek en een Budo Dôjô in Kobe.  Hij was een Samurai en Soke van Shinden Fudo Ryu alsook een rechtstreekse afstammeling van Tozawa Hakuunsai, de oorspronkelijke oprichter van Gyokko Ryu Kosshijutsu.  Toshitsugu's vader stuurde hem naar de training bij Toda, omdat Toshitsugu nogal zwak was als kind.  Zijn klasgenoten pesten hem vaak tot hij huilde, waardoor hij de naam "cry baby" kreeg.

 

Toda onderwees Toshitsugu het Shinden Fudo Ryu.  Later leerde hij Koto Ryu en Togakure Ryu.  Hij was dol op Koto Ryu, maar had weinig interesse in Togakure Ryu.  Gedurende het eerste jaar van zijn training leerde hij niets, in plaats daarvan werd hij voortdurend rond gegooid door de andere studenten.  Zijn ellebogen en knieën waren regelmatig bebloed.  Niemand troostte hem en ze bleven hem gewoon verder de dôjô rond gooien.  Maar elke avond kwam hij terug voor meer.  Na een jaar van dit leerde hij zijn eerste technieken.  Op de leeftijd van dertien jaar beheerste hij de technieken van de school.

 

Koto ryu omvat een sterke conditionering van de handen en voeten, vooral de vingers en tenen.  Als gevolg van het constant slaan op stenen en harde voorwerpen, groeide Toshitsugu's vinger nagels tot 4 à 5 millimeter dik.  Deze kon men niet knippen met een nagelknipper.  Er wordt gezegd dat hij de schors van een boom kon scheuren met een eenvoudig veeg van zijn hand.  Hij zei later dat dit soort opleiding vandaag geen nut meer heeft.

 

Toen hij dertien was verliet hij de middelbare school en ging studeren aan de George Bundow English School in Kobe. Daar leerde hij Takagi Yoshin Ryu van Mizuta Yoshitaro Tadafusa.  Op zijn zeventiende kreeg hij de Menkyo Kaiden van deze ryu.  Op diezelfde leeftijd kreeg hij ook les in het Kuki Happo Biken no Jutsu van Ishitani Matsutaro Takekage.   Het was ook van deze Ishitani dat Toshitsugu het Hon Tai Takagi Yoshin Ryu en Gikan Ryu Koppojutsu leerde.  Voordat Ishitani stierf kreeg Toshitsugu de scrolls van deze ryu.

 

Toshitsugu ontving zijn Menkyo Kaiden van Toda in 1909 toen hij 22 jaar oud was.  Toda overleed datzelfde jaar.  Hij vertelde Takamatsu ooit: "Zelf wanneer je geconfronteerd wordt met de dood, sterf al lachend".  Toen hij jong was maakte Toshitsugu meerdere reizen naar China en het buitenland.  Er zijn talloze verhalen van zijn avonturen en dapperheid.  Takamatsu zei ooit 12 gevechten tot de dood gedaan te hebben (dit waren dan ook ineens de resultaten van de uitdagingen) en 7 competitieve wedstrijden.

 

In de jaren 50 nam Takamatsu een nieuwe student genaamd Hatsumi Yoshiaki toen een twintiger.  Hatsumi had reeds Kobudo gestudeerd onder een leeraar genaamd Ueno, die hem vertelde dat hij hem niets meer leren kon.  Hatsumi trainde elk weekend met Takamatsu gedurende 15 jaar.  Hatsumi zei dat toen hij Takamatsu voor het eerst ontmoette hij bang was van hem.

 

Takamatsu stierf op 2 April 1972 op 85 jarige leeftijd, hij is begraven in het Kumedra kerkhof in de buurt van Nara.


Trivia:

 

  • Er werd gezegd dat wanneer men met Takamatsu trainde er nooit een warming up was.  Zelf bij het gebruik van echte wapens.  Takamatsu zei dat in een echt gevecht er ook geen tijd was om zich op voorhand op te warmen.
  • In de late jaren 60 schreef Takamatsu enkele artikels voor sommige Japanse kranten.  Deze artikls spraken over Ninjutsu en de andere kunsten waarin hij was opgeleid.  In een artikel schreef hij dat in een echte vechtsport, als men vecht, je moet bereid zijn je aanvaller te doden.  Na het lezen van dit artikel, ging een zeer hoog gegradeerde Karate meester op de Japanse televisie zeggen dat wat Takamatsu geschreven had verkeerd en verouderd was en niet meer nodig was in deze tijd.  Hij noemde Takamatsu een "old has-been".  Waarop Takamatsu een televisie-interview regelde en zei dat hij de Karate meester zijn opmerkingen zag als een uitdaging, die hij graag wenste te aanvaarden.  Hij gaf de Karate meester drie dagen om zijn verklaringen in het openbaar in te trekken.  Indien hij weigerde zou Takamatsu het gevecht met hem aangaan en hem doden met zijn handen achter zijn rug gebonden.  Binnen de drie dagen had de Karate meester zijn verklaring ingetrokken.
  • Er wordt gezegd dat de eerste keer dat Takamatsu Judo zag hij verafschuwd was.  Dit was omdat zij hun rug buigen tijdens hun technieken.
  • Op een dag zaten Takamatsu en Hatsumi in een kamer ten huize Takamatsu.  Takamatsu vertelde Hatsumi zijn ogen te sluiten terwijl hij de kamer verliet en ze gesloten te houden.  Hatsumi hoorde hem de kamer verlaten en naar beneden gaan.  Hij hoorde niet dat Takamatsu opnieuw de kamer binnenkwam.  Takamatsu viel Hatsumi van achter aan met een echte Katana, hij deed Jumonji Kiri (een verticale en een horizontale snede).  Hatsumi zei later dat als hij in de kamer zat met zijn ogen dicht, dat hij voelde dat er iets mis was en verplaatste zich naar de zijkant.  Dan, zonder reden, deed hij een salto voorwaarts.  Takamatsu vertelde Hatsumi dat hij het "gevoel" (Sakki) had en gaf het zwaard aan Hatsumi.  Nadien gaf Takamatsu de Menkyo Kaiden aan Hatsumi.
  • Toshitsugu Takamatsu stond bekend als Moko No Tora (Mongoolse Tijger).  Ooit toen hij in de bergen van China was, werd hij aangevallen door een aantal bandieten.  Een van de bandieten greep Takamatsu rond de taille.  De bandiet schreeuwde opeens en liet Takamatsu los, viel op grond en hield zijn handen aan zijn gezicht.  Takamatsu zei later dat hij niet wist wat hij de man gedaan had, maar voelde iets nat en wam in zijn hand, hij realiseerde zich toen dat hij de man zijn ogen uitgeplukt had waarna hij de bandiet eerste hulp verleende en hem vervolgens liet betalen voor zijn diensten.

Takamatsu verstuurde eens een gedicht aan Hatsumi.  Deze luidt als volgt:


Lang geleden was ik een volleerd krijger van de Koppojutsu traditie.
Ik was moedig, en zo intens als een vlam,
Zelf in de strijd tegen gevaarlijke dieren.

Ik heb een hart dat is als de wilde bloemen van de weide,
en toch recht en echt als bamboe.
Niet eens tienduizend vijanden kunnen mij angst toebrengen.
Wie is er in de wereld dat de wil van de krijgers hart leven kan houden ?
Daar ben je.
Deze werdt mij gestuurd door de krijgers goden (Bujin).
Ik heb hier zitten wachten op jou door de eeuwen heen.